zaterdag 1 augustus 2020

Gekooid


Ze wilde een kauwtje dat uit het nest gevallen was. Ze zou dat dan voeren tot de vogel volwassen was en dan mocht hij op haar schouder mee naar school. Ze zou het populairste meisje van de klas worden. Of ik met mijn auto met haar mee wilde om te zoeken.
            Ik wilde haar vader zijn, haar een plezier doen, maar ze was altijd boos op me. Ik reed met haar het dorp uit, naar het noorden, daar was een kolonie van kauwen, daar woonde een kennis van me die een kooitje voor ons had.
            De kennis was een van haar geloof gevallen vrouw die hunkerde naar seks. Ik hunkerde ook wel, maar was te angstig om op haar provocaties in te gaan. We dronken koffie. Mijn dochter kreeg ranja met een taartje. Uit beleefdheid bleven we een uurtje, maar de lege vogelkooi schreeuwde om aandacht. Ik wilde betalen, maar dat hoefde niet, zei de kennis met een knipoog. Ik veinsde niet te weten wat ze bedoelde.
            De kauwen schreeuwden van ongenoegen toen we onder de bomen met hun nesten scharrelden. We vonden niets. Langs landwegen reden we terug, mijn dochter stil naast me met de lege vogelkooi op schoot. We stopten waar we wilde takkenbossen in hoge bomen zagen, tevergeefs hopend dat daaronder vogels lagen die uit hun nest gevallen waren.
            Ter compensatie bood ik aan om naar de McDonalds te rijden. Zelf kwam ik daar nooit, maar ik wist dat zij erg van hamburgers  hield. Ze mocht van mij alles eten wat ze wilde en dat deed ze.
            Ik zette haar later thuis af. Nog voor de auto goed en wel stilstond gooide ze het portier open en stormde met de lege kooi langs haar moeder naar binnen.
            ‘Wat heb je nou weer gedaan?’ vroeg die argwanend.
            Ik haalde mijn schouders op.
            ‘Niets. Er waren nergens kauwtjes uit het nest gevallen.’
            
Sommige kooitjes raken nooit gevuld.

© Lammert Voos



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...