zondag 14 juni 2020

Deze dikke ouwe Jood



Ooit zat ik op een van die zogenaamd beregezellige verjaardagen van mijn moeder waarbij haar opdringerige man iedere normale vorm van conversatie onmogelijk maakte. Een bekend patroon. Op een gegeven moment vond hij het nodig om een oom van me die handelde in tweedehands goederen ‘ouwe Jood’ te noemen. Ik viel daar toen ook al over, maar hield mijn mond om geen ruzie te krijgen. Er was toch al zoveel ruzie en de man was een onverbeterlijke domme lul. Wat ik toen nog niet wist is dat de moeder van mijn moeder een achterkleindochter was van een Joodse slager. Een aantal van mijn ooms en ook mijn grootmoeder zelf hadden een enorm donker uiterlijk. Er werd wel gegrapt dat ze verwekt was door een rondtrekkende zigeuner. De stereotypen en vooroordelen waren in onze familie altijd keurig op orde. Zo spraken mijn  ouders altijd over ‘zwartjes’ en ‘homootjes.’ U ziet, ik kom uit een intellectueel hoogbegaafd nest.

            Niet alleen binnen familiekring kreeg ik te maken met vooroordelen en racisme. Tot twee keer toe had ik een verbijsterende ervaring in een trein. Eens zat ik met mijn hoogblonde dochter, toen nog een peuter, gezellig te converseren met een oudere dame tegenover ons die ineens vanuit het niets meldde dat ze toch liever zo’n mooi blond meisje zag dan een roetmop. Mijn bek viel open van verbijstering en ik wist niet hoe te reageren. Ik viel stil en dat gebeurt me toch niet vaak.
            De tweede keer was de dag dat ik Orlando leerde kennen. Hij is inmiddels overleden, maar het was een prachtige Surinaamse man met een diepe donkere stem en een bulderende lach die de blaadjes van een boom deed vallen. Destijds zat de trein bomvol, behalve in de banken naast en tegenover Orlando. Laconiek merkte hij op dat hij dat wel gewend was en tenminste zo lekker de ruimte had om de krant te lezen. Dat waren destijds nog geen tabloids.
            Het is wellicht kinderachtig van me, maar ik kan de gedachte aan treinen die in ’40-’45 vol naar het oosten reden en leeg terugkeerden niet van me afschudden.
            Joods bloed, ik heb het, maar voel me geen Jood. Ik werd hooguit gediscrimineerd omdat ik dik ben, maar heb daar al jaren geen last meer van. Jullie doen maar en wie me echt krenkt, krijgt een beuk voor zijn harses. Het intellectuele gedachtegoed van mijn familie is mij immers ook niet vreemd. Toch ben ik in Westerbork gaan kijken, ben naar de synagoge in Groningen geweest, wil nog naar de synagoge van Leek, want tot die gemeente behoorde mijn bet-over-over-grootvader.
Westerbork, ik kon er niet tegen. Mijn Joods bloed komt uit de lijn van mijn moeder, maar in het dodenboek stonden ook mensen met de achternaam Voos die naar Auschwitz waren gevoerd en vermoord.
De NRC was dit weekend zwaarder dan anders. De krant stond vol verhalen van mensen die racisme aan den lijve ervaren. Ik wist dat het gebeurde, maar toch ervoer ik het als schokkend. En let wel, u hoort ook bij een stereotype en daar begint het: Limburgers zijn corrupt, Brabanders crimineel, Friezen chauvinistisch, Groningers stug, Amsterdammers arrogant. Bij welke groep hoort u? Er zal altijd iemand zijn die vindt dat uw groep niet deugt.
Zoals gezegd, ik heb me nooit Jood gevoeld en ben het ook niet, maar door mijn voorouders zal een ander mij wel bij die bevolkingsgroep indelen. Noem me dan maar dikke ouwe Jood en ik zal die titel met ere dragen.

© Lammert Voos


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...