vrijdag 22 mei 2020

Wortels


Ik verzette mij altijd tegen Groningen. Ik associeerde mijn afkomst met mislukking en drankzucht. Associeerde de streek waar ik vandaan kom met leegte en (geestelijke) armoede. Ik was altijd opgelucht dat ik na familiebezoek weer naar het zuiden terug kon. Friesland en Groningen, ik had het achter me gelaten.
            Ik ben opgegroeid aan de rand van Sneek. Waar enorme Vinex wijken verrezen zijn, sjokte ik destijds met een polsstok door de weilanden. Zeeën van wilde bloemen. Sloten vol kikkerdril en salamanders, ik sodemieterde er regelmatig in. Bleef met mijn kop hangen in het prikkeldraad, de littekens staan nog boven op mijn hoofd. Het eeuwige gezang van grutto’s, kieviten, meeuwen en veldleeuweriken. Ik was het allemaal vergeten.
            Ik heb bij elkaar zo’n slordige vijfentwintig jaar in Overijssel gewoond. Heb het daar goed gehad, maar ben mezelf ook volledig kwijt geraakt. Periodes van intense zelfhaat wisselden zich af met periodes van enorme productiviteit. Ik stond soms in de krant en zat soms in het gekkenhuis. Ik organiseerde een succesvol cultureel evenement, maar was ook een bezopen vechtersbaas. Was de grote jongen en probleemoplosser bij VluchtelingenWerk, maar kon mijn eigen problemen niet de baas. Zo zal het menig hulpverlener zijn vergaan.
Ik kwam mijn echtgenote tegen en vanuit Deventer verhuisde ik naar een dorp aan de IJssel. Ik liet mijn honden altijd uit langs de rivier en langzaam maar zeker ontwaakte iets in mij. Ik kreeg weer steeds meer belangstelling voor het buiten zijn. Leerde vogels herkennen, wel met mate natuurlijk, leerde planten herkennen met nog meer mate en legde een tuin aan. Ik kreeg er steeds meer plezier in.
Groot was mijn verbazing toen mijn echtgenote voorstelde een huis in Noord-Groningen te gaan zoeken. Daar was nog ruimte, rust en schone lucht. We vonden ons droomhuisje aan de rand van het Lauwersmeer, tevens de rand van een gigantisch natuurreservaat.
Er is hier inderdaad wel sprake van een zekere (geestelijke) armoede, maar terugkijkend op Deventer en omgeving moet ik concluderen dat die daar ook was. Er is hier inderdaad rust, ruimte en schone lucht. Het leven lijkt hier gemoedelijker en wat trager en daar geniet ik best van. Ik vind het lekker om met mijn buren in het Gronings te knauwen en we zitten vlakbij de grens en als we die overschrijden babbel ik lekker mee in mijn rudimentair Fries.
            Regelmatig gaan we er samen opuit: vogels en plantjes spotten, mijn geliefde is daar nog veel fanatieker in dan ik. Ik betrap me erop dat ik het lekker vind om met mijn klauwen in de klei te zitten en lig geregeld op mijn knieën om een plantje dat ik niet ken te bestuderen.
            Het wordt me steeds duidelijker dat ik meer en meer afstand neem van Overijssel. Dat ik mijn kroegverleden van me af aan het schudden ben en mezelf aan het terugvinden. Ik ben altijd heel nieuwsgierig geweest en best traag en nu mag dat ook.
            Nee, mij zie je daar in het zuiden niet terug, hooguit voor een bakkie leut bij oude vrienden.

© Lammert Voos




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...