zaterdag 9 mei 2020

Kappersleed


           Mijn opa wilde naar de kapper. Hij kreeg een tientje van opoe, die dat tientje eerder eerlijk uit zijn eigen portemonnee gestolen had. Hij reed met de bus van Eenrum naar Winsum.
            Opa is nooit bij de kapper geweest, hij dook een café in en verzoop het tientje. Op de terugweg, bij de bushalte, rolde hij van het talud en viel met zijn gezicht in de sloot waar slechts dertig centimeter water stond. Hij verdronk.
            Niemand was erg bedroefd, opa was geen aardige man en hij was altijd dronken. Hij stonk naar pis en jenever. Hij wilde begraven worden, maar opoe liet hem cremeren, ze had geen zin zijn graf te onderhouden. ‘Ik heb wel genoeg last van hem gehad toen hij nog leefde,’ zei ze. Toch was opoe geen kille vrouw, integendeel.
Ik moet vaak aan opa denken tegenwoordig. Kennelijk is het ergste wat de mensen tijdens de coronacrisis kan overkomen is dat men lijdt onder slechte kapsels, maar ik weet sinds opa’s dood dat naar de kapper gaan niet zonder gevaar is.
Gelukkig heb ik zelf een tondeuse.

© Lammert Voos




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...