donderdag 26 maart 2020

Symfonie des Grauens


Toen ik hem voor het eerst zag in het winkelcentrum werd ik getroffen door zijn felblauwe ogen. Hij had brede schouders en zijn lange volle donkerblonde haar was strak achterovergekamd. Onder zijn dikke snor speelde een flauw lachje.

Op een dag voerde ik in het park de hertjes, konijnen en geiten  met oud brood. Ik zag vanuit mijn ooghoek dat de man ongecontroleerde bewegingen maakte.  Hij dirigeerde onhoorbare muziek van een onzichtbaar orkest. Onder het bankje stond een kratje pils. Hij onderbrak nu en dan de schimmensonate om een flesje bier leeg te drinken.

Op de terugweg naar huis liep ik hem voorbij. Hij zat nu bewegingsloos voor zich uit te staren. Ik hoorde hem zachtjes neuriƫn.

© Lammert Voos

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...