vrijdag 13 maart 2020

De grote boodschap

Zus ligt in het ziekenhuis, echtgenote keelpijn, dus vandaag in mijn eentje naar Heerenveen getogen om boodschappen te doen voor mijn moeder. Het was lekker rustig op de weg. Het was ook rustig in het verpleeghuis. Ma verklaarde duizelig en misselijk te zijn. Ja, dat dankt je de donder, ze eet immers niet. Had ze geen tijd voor gehad zei ze, het was kwart voor één, de warme maaltijd stond op tafel, maar die bliefde ze niet. Ze bliefde wel een vette zoete koek bij de koffie. Ze leeft op die gorigheid. De verpleging probeert haar wel te laten eten, maar er valt geen land met haar te bezeilen. Stampvoetend als een kleuter snauwt ze dan dat haar zoon maatschappelijk werker is en dat ze heus wel weet hoe alles werkt. We hebben het dan over mijn broer, want ik ben afgekeurd. Ze dacht overigens aanvankelijk dat ik mijn broer was, want ze gebruikte consequent zijn naam. Ook kinderen en kleinkinderen werden door elkaar gehaald. Ik liet het maar zo. Ik vecht liever om zaken die wel zin hebben. Ze was boos dat ze niet mee mocht boodschappen doen. Ik wees haar op de krant. Virus. Kwetsbare groep. Zij dus. Of ze zo graag dood wilde? Nou nee, nu nog even niet. Honderdduizend keer vroeg ze of ik wel geld had en een briefje en haar pasje en de code…ja ma. Pin je ook even geld? Ja ma. Heb ik jou al geld gegeven? Ja ma. Vijftig is niet genoeg hoor. Nou, ik vond van wel. Als ik gewild had, had ik haar honderden euro’s afhandig kunnen maken. Maar dat wilde ik dus niet. Even bij de verpleging langs om hen de kans te geven hun gal over ma te spuwen en door te geven dat ik voorlopig contactpersoon ben. Ze worden strontziek van haar. Altijd verongelijkt, altijd het slachtoffer, maar godsgruwelijk arrogant. Ja, vertel mij wat, ik leef er al bijna zestig jaar mee. In de supermarkt kon ik mijn verbijstering nauwelijks onderdrukken: lege schappen, briefjes met één product per persoon. Ik mocht wat meer mee toen ik uitlegde dat ik boodschappen deed voor mijn demente moeder en dat ik tachtig kilometer moet rijden om boodschappen voor haar te doen. Omdat ik toch wilde dat ze wat at, kocht ik een beste bak kibbeling en mandarijnen, want ik weet dat ze daar gek op is. Mijn plan lukte en ik zag haar zichtbaar opknappen. Ik kreeg plotsklaps ook mijn eigen naam terug. Nu mocht ik nog een uurtje aanhoren dat mijn broer een heilige is, maar zoals te doen gebruikelijk bij heiligen schittert hij al weken door afwezigheid. Toen ik in de deuropening afscheid van ma nam werd ik vermanend in het Fries toegesproken door een oude dame die stelde dat bezoek verboden was en dat haar zoon haar vanochtend nog gebeld had. Ik kon het niet nalaten haar daar hartelijk mee te feliciteren. Uiteraard ook in het Fries, want taal is zeg maar echt mijn ding. Ik ben benieuwd hoe het volgende week zal gaan, dan zou ik met ma naar het ziekenhuis moeten voor haar ogen, maar ik hoorde van de verpleging dat daar de eerste besmetting reeds geconstateerd is. Hoe zal het sowieso verder gaan? Gaan we een Italië-scenario krijgen? Ik hou mijn hart vast. Toch heeft al die onzekerheid voor mij wel een positieve kant. Omdat alles in een dag kan veranderen en onzeker is, hoef ik me ook nergens druk om te maken. Even de dwangneuroses uitstellen tot nader order… ©Lammert Voos

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...