woensdag 25 maart 2020

De artiest

Het begon op het zolderkamertje van zijn beste vriend. Ze hadden een paar tweedehands gitaren gekocht, imiteerden hun helden en hadden daar donders veel plezier in. Wat konden ze ook anders, werk was er niet en de nucleaire Holocaust hing hen boven het hoofd. Ze waren een nutteloze generatie en dat werd hen stevig ingepeperd door hun ouders en toen ze aan die ontsnapt waren, door de kranten en televisie. Een andere vriend kwam meedoen, sloeg voor de grap op dozen bij wijze van drums en iemand anders die hun groepje 'oorspronkelijk' noemde regelde een optreden in het plaatselijke jongerencentrum als voorprogramma van een beroemde garagerock band.

Vier jaar, honderden optredens en drie langspeelplaten later waren ze geen vrienden meer. Hijzelf, de zanger, zag het allang aankomen. Naarmate ze beter leerden spelen werden ze minder bijzonder, slechts een van de vele groepjes die dacht dat de wereld op ze zat te wachten. Een decennium later zou iedereen hen hopeloos gedateerd en gekunsteld vinden, verwachtte hij. Dus kondigde hij zijn vertrek als zanger aan, waarna de anderen ontmoedigd besloten dan ook maar te stoppen. Er zou nog een groot afscheidsconcert komen in het jongerencentrum waar ze begonnen waren, waarbij allerlei bevriende gastmuzikanten zouden optreden.

 Het werd hun beste optreden ooit. Hij deed alles wat hij moest doen, haalde iedere noot, hij kon inmiddels immers echt zingen, hield de verplichte praatjes tegen het publiek dat in grote getale was komen opdagen en maakte er een foutloze avond van. Hij was toeschouwer van zichzelf. Na twee toegiften meed hij zijn mede muzikanten en het publiek, kleedde zich snel om en ging zonder afscheid te nemen door een achterdeur weg. Thuis kroop hij in bed en genoot van de stilte die in zijn hoofd teruggekeerd was tot hij een sleutel in het slot van de voordeur hoorde.

Hij was zijn vriendin, die in het publiek had gestaan tijdens het concert, helemaal vergeten. Ze betrad de slaapkamer, kleedde zich uit en kwam bij hem liggen. Ze was dolenthousiast over het optreden en ze was hitsig van hem geworden, bekende ze. Toen ze hem even later wild bereed schreeuwde ze: ‘Je bent van mij! Je bent van mij!’ Hij hoopte maar dat zijn bejaarde onderburen echt doof waren en dacht aan de tekst van een nummer van The Gun Club: ‘We can fuck forever, but you never can get my soul!’
En zo is dat, dacht hij aanvaardend.

 © Lammert Voos

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...