woensdag 25 maart 2020

Bekentenissen van een dikke man

Reeds op jonge leeftijd was ik een slecht mens. Ik stal geld uit de portemonnee van mijn moeder, kocht daar pornografische strips van en hield mij onledig met uitzinnig masturberen en het imiteren van Eric Clapton op een tennisracket. Clapton was God en ik was goede tweede. We spreken over het begin van de zeventiger jaren en de Ramones hadden ons provinciestadje en mijn verdorven jongenshart nog niet bereikt. We hadden in ons stadje twee platenzaken; eentje gekoppeld aan een rijwielzaak, waar ik de logica niet van inzag, maar me ook niet bijster druk om kon maken; de ander aan een witgoedwinkel waar je nuttige zaken als wasmachines, radio’s en platenspelers kon kopen. Het was bij deze laatste zaak dat ik de duivel in mijzelf ontdekt. Volgens de destijds heersende Gristelijke moraal was masturberen eveneens het werk des duivels en ik zal niet ontkennen dat ik geteisterd werd door schuldgevoelens, maar het waren juist die schuldgevoelens die iedere ontlading niet alleen tot een zuiver lichamelijk feest maakten. Neen, o zalige zonde, zalige schuld om in te wentelen en je mee te omkleden en het was een grote desillusie om te ontdekken dat alle jongens van mijn leeftijd masturbeerden. Waarschijnlijk niet zoveel ik als ik, ik wilde ook weleens ergens het beste in zijn, maar toch, ik bleek niet de grote uitzondering te zijn die ik dacht dat ik was. Ik hoorde klasgenoten zelfs opscheppen over rukwedstrijden, waar ik natuurlijk zelf nooit aan mee zou doen, ik was destijds ook al dik en had een tamelijk moeizame verhouding met mijn lichaam. De jolijt ging er helemaal vanaf toen ik ontdekte dat er zelfs boeken over masturbatie geschreven waren die bestsellers waren. Wat nou schaamte, ik was juist hartstikke modieus, hoewel mijn moeder daar niets van wilde weten, preutse en keurige huisvrouw die zij voorgaf te zijn. Hebberigheid en verzameldrang zijn hinderpalen, vooral als een mens niet beschikt over de liquide middelen om zijn materiële begeerte te bevredigen. Er zaten namelijk grenzen aan de hoeveelheid geld die ik ongemerkt van mijn moeder kon ontvreemden. Het was weliswaar in mijn voordeel dat zij mijn uithuizige broer hevig sponsorde bij zijn cafébezoek, maar ik wist dat haar geheugen angstwekkend scherp was. Ik wist dat omdat ze me voortdurend lastig viel met verhalen over wat haar allemaal voor leed was aangedaan en ze daar geen degoutant detail bij onbesproken liet. En zo kwam het dat ik in de platenzaak met de wasmachines met een dubbelelpee van John Mayall & The Bluesbrakers waar Eric Clapton op meespeelde in de hand stond die mijn roversbudget ruimschoots overtrof. Destijds was ik ook al creatief, dus al snel viel mij in dat ik nog het beste een prijsje van een enkele elpee over het prijsje van deze dubbele kon plakken. Maar ik was destijds nog niet het uiterlijk stoïcijnse slechte mens dat ik nu ben, ik moest daar nog in oefenen, en dus wist ik mijn zenuwen nauwelijks te bedwingen bij het afrekenen van de dubbelelpee. Ik had er bovendien niet op gerekend dat er nog een prijsje onder het prijsje zat dat ik zo vernuftig over had geplakt. Ik dank Beëlzebub op blote knieën dat er destijds nog geen computers bestonden met catalogi waar je even snel de rechtmatige prijs van het begeerde object kunt opzoeken. De verkoopster keek me vorsend aan. ‘Heb je dat prijsje er zelf op geplakt?’ vroeg ze me op scherpe toon. Nu was het zo dat ik wel heel erg geoefend was in woede en verontwaardiging, ik imiteerde gewoon mijn immer zich tekort gedaan voelende ouders, dus ik snauwde dat het een grof schandaal was dat mevrouw mij zomaar beschuldigde en dat ik de plaat niet meer hoefde en nooit, maar dan ook nooit meer een voet in haar winkel zou zetten, er was immers nóg een platenwinkel in de stad! Zuchtend liet ze de plaat in een geel tasje glijden en hoewel ze haar excuses niet aanbood, wilde ze toch wel mijn zo snood verkregen zilverlingen aannemen. Buitengekomen zette ik het uiteraard op een rennen. U zult u wellicht opmerken dat bijna iedere juveniel wel eens iets gestolen heeft, grenzen verkennen en overschrijden hoort immers bij het leefproces des levens, dat maakt de Dikke Man nog niet tot een slecht mens, temeer daar hij niet lang daarna betrapt werd en het pak slaag van zijn leven kreeg van zijn dierbare verwekker en daarna nooit meer geld gestolen heeft, van helemaal niemand. (Wel drank, maar dat is een ander verhaal) Neen, ik wist dat ik een slecht mens was, omdat ik ook nog wraak nam op de nijvere middenstandsdame middels haar zoon die bij mij in de brugklas van de middelbare school zat. Deze jongen was eveneens dik, maar in tegenstelling tot mij was hij geen één meter negentig, doch slechts één meter vijfenzestig en hij had ook geen brede schouders van het roeien, hij was eigenlijk nogal papperig en had bovendien vooruitstekende tanden, hetgeen hem een nogal dommig uiterlijk gaf. Ik liet geen gelegenheid onbenut om hem te treiteren en niemand kwam hem te hulp, want ik was verreweg de grootste en kwaadaardigste van alle jongens. Ik vloerde hem met hockey en voetbal, keerde zijn schooltas steeds weer om in de hal, liet zijn fietsbanden leeg lopen en schold hem uit voor paardenbek. Jongensstreken, zult u misschien denken, maar neen, zo was het niet, ik vond het namelijk leuk om hem te treiteren. En dat terwijl ik wel wist hoe het voelde om getreiterd te worden, mijn lagere schooltijd was immers voor mezelf een hel geweest. Ik genoot van zijn hulpeloosheid, van zijn onvermogen om me op mijn bek te slaan, want dat was wat ik wilde, dat hij me zou proberen te slaan, waarna ik hem natuurlijk totaal de grond in zou stampen uit zelfverdediging. Hij deed het niet. En dus bleef ik hem treiteren tot ik van school geschopt werd. Ik ben een slecht mens, ik wist dat toen al. Ik ben ook een heel angstig mens. Want laat ik nu tijdens een odyssee op het internet een Linkedinprofiel tegenkomen van mijn destijds zo willig slachtoffer. Hij heeft zijn tanden recht laten zetten en is ook niet dik meer. Ik wel. Hij heeft nog steeds een weelderige bos haar. Ik ben kaal. Hij schrijft in zijn profiel dat hij fan is van Eric Clapton. Ik niet meer. Hij woont in Brasschaat, heeft een Ferrari en is letselschadeadvocaat. Ik ben momenteel heel druk om al mijn sporen op het internet uit te wissen. Gelukkig was mijn telefoonnummer al geheim. © Lammert Voos

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het zwijgen

het raam is vuil, buiten staat de wereld stil en raakt mij niet   als jij weg zou gaan wie zou ik dan nog zijn?   het raam i...